Walpersberg Logo

Getuigenis

Getuigenis van François Van der Borght

Quellennahe Neu-OCR van het in de complete PDF overgeleverde verslag van François Van der Borght.

Onderzoeksstatus gedocumenteerd

Onderzoeksrecord

Gedocumenteerde gegevens

Persoon
François Van der Borght
Rol
ehemaliger Zwangsarbeiter
Plaats
Kahla / Walpersberg
Periode
1944-1945; spaetere Niederschrift oder Befragung
Herkomst
unbekannt

Overlevering en context

In het jaar 1952 op vier maart om 10 uur Staatscommissaris: BONNE WILLY Gerechtsbijstand Schrijver: BROEKAER Antoine Voor de rechtbank is verschenen de heer VAN DER BORGHT Francois Geboren in: Guivry in Frankrijk op 2.4.1922 Beroep: Metselaar Woonachtig: in Nederland Hij verklaart in het Frans. In het jaar 1940 ben ik, zoals de meeste jonge mensen in de leeftijd van 18 tot 35, aan het werk gegaan. Ook in het buitenland, door heel Europa. Ik ben toen in augustus 1940 weer teruggekomen in Nederland. Hier heb ik tot september 1940 bij mijn vader in de kolenhandel meegewerkt. Eind september ben ik met een kameraad uit Nederland naar Duitsland gegaan om te werken. Daar hebben we in Zehlendorf bij Berlijn ongeveer drie maanden gewerkt. Van hieruit gingen we terug naar België. Daar hebben we een maand in een kolenmijn van de mijn Marimont-Bascoup gewerkt. Daarna werden arbeidskrachten gezocht bij de Organisation Tod, zo ben ik naar Frankrijk gekomen. Hier waren we werkzaam in de wegenbouw. Op een dag nam het wegenbouwbedrijf mij niet meer aan en werd ik naar een vliegveld in Calais gebracht. Er werden in drie ploegen start- en landingsbanen aangelegd. Van hieruit gingen we naar Brest. In Brest werden de grote silo’s voor de onderzeeërs gebouwd. Hier was ik in dienst bij een Frans bedrijf dat in opdracht van de Duitse Kriegsmarine en de Organisation Tod opdrachten uitvoerde. Op deze bouwplaats moesten veel Franse gevangenen werken. Na een korte tussenstop thuis, dat was in mei 1942, ben ik weer naar Duitsland gegaan om te werken. Hier kreeg ik toen een arbeidscontract. We waren ondergebracht in het civiele arbeidskamp „Jigerlust“ bij Achterwehr bij Kiel. Dat was een civiel arbeidskamp in Rendsburg bij de Kieler Howaldtwerke Deutsche Werft AG. Hier heb ik 10 maanden in de onderzeeërbouw gewerkt. Begin 1943 ben ik weer een paar dagen naar huis gegaan. Daarna heb ik werk opgenomen in Frankrijk, hier was ik in een fabriek in Chateau-dain. Daarna heb ik werk opgenomen in de kolenmijn Marimont-Bascoup. In deze mijn heb ik tot maart 1943 gewerkt. Daarna werden we weer ingezet voor de aanleg van vliegvelden. Na een maand gingen we naar Monte-Max, dat ligt een paar kilometer van Bordeaux. Ook hier werkten we aan het vliegveld. Begin 1943 was ik kort een paar dagen thuis. Vanaf 22.03.1943 ging ik werken bij Train Te Quevy. Maar dat was voor mij omslachtig met het melden bij de politie-administratie van de Reichswachtbrigade Ninove. De voortdurende controle door de Wehrmacht en de politie beviel mij niet. Op 24.10.1943 werd ik van hier weggehaald. De nieuwe werkplek was in de Kruppfabriek in Magdeburg, in deze fabriek moest ik overal werken. Ik was toen nog niet in het interneringskamp in Magdeburg. Hier heb ik slechts 16 dagen gewerkt. Ik ben ervandoor gegaan om naar ander werk te zoeken, maar vond niet meteen iets. Daarna leefde ik korte tijd van smokkelhandel in chocolade, cacao, thee, sigaretten. Ik ben toen weer naar huis gegaan om in België werk te zoeken. Op 16.04.1944 werd ik door een politiepatrouille aangehouden omdat ik geen geldige werkpapieren had, en werd ik onmiddellijk naar een arbeidskamp gebracht. Hier werden we opgesloten en ingezet in een opruimingswerk. Voor dit werk kregen we geen geld. Daarna werden we weer naar Magdeburg gebracht, naar de fabriek waar ik was weggelopen. Het was slecht werk in de gieterij, veel vuil. Hier ben ik weer ontsnapt en weggelopen. Ik had de bedoeling via Zwitserland naar België te gaan om zo de Gestapo te ontlopen. Op 22.10.1944 liep ik voor het station Gera een Wehrmachtpatrouille in de armen. Hier werd ik naar de Gestapo-gevangenis Gera gebracht. Hier kreeg ik de ergste gedachten, want men had al zoveel over de Gestapo gehoord. Na twee dagen werd ik naar Erfurt gebracht en ook na twee dagen werden we naar het arbeidskamp Römhild gebracht. We mochten het kamp niet verlaten, voor het werk kregen we geen betaling. Onze identiteitsbewijzen werden ons afgenomen. We moesten werken in een steengroeve, elke dag moesten we afdalen, ook op zondag. We werden dag en nacht bewaakt door veiligheidsmensen. In het kamp waren we ongeveer 200 tot 250 gevangenen van alle nationaliteiten die daar opgesloten waren. Het kamp bestond uit drie barakken om te slapen en rondom ons was prikkeldraadhek. Dat waren twee ringen en of er stroom op zat, heb ik niet geprobeerd. Er stond ook een wachttoren waarop altijd een gewapende stond. Veel jongens werden dagelijks mishandeld door de bewaking. Waarom? Iedereen wist toch dat de oorlog verloren zou worden. In de barak lagen veel zieken, ik heb daar ook veel mensen zien sterven. Voor de mensen konden we niet zorgen, we moesten zelf leven. Hier moest ik blijven tot 28.03.1945, toen werd ik naar Kahla gebracht, hier kregen we de papieren terug. Vanuit Kahla ging een verzameltransport naar Magdeburg, waar we op 1.04.1945 aankwamen. Daar was ik weer vrij. Zonder Kruppfabriek. Op 15.04.1945 moest ik de stad verlaten, daarvoor werden we door de Russen bevrijd. De laatste reis naar huis denken we ons. Voorgelezen door de ambtenaar van de staat Staatscommissaris Bonne Willy, beiden ondertekenen het document. Als bevestiging van de verklaring van de heer Francois Van der BORGHT Handtekening. Handtekening. Bonne Willy Van der Borght

Namen en trefwoorden

  • Zeitzeuge
  • Walpersberg
  • Neu-OCR

Bronnen en verwijzingen

  1. zeitzeugen_komplett.pdf (Original, 845 Seiten)