Walpersberg Logo

Getuigenis

Getuigenis van ooggetuige Michael Hübner

Herinneringen aan de als Hitlerjongen opgelegde arbeidseinsatz op de Walpersberg in november 1944.

Onderzoeksstatus gedocumenteerd

Onderzoeksrecord

Gedocumenteerde gegevens

Persoon
Michael Hübner
Rol
Hitlerjunge
Plaats
Eichenberg
Periode
1944
Herkomst
Deutschland

Overlevering en context

Interview en gesprek met Hübner, Michael, diplomamechanicus (22.01.07) Hij is geboren op 16.11.1929. Hij woonde ten tijde van zijn inzet bij zijn grootmoeder in Weimar en bezocht de middelbare school voor jongens in opbouwvorm, zijn ouders waren in het Thüringer Woud (Bennewitz). Op deze school waren veel rijscholieren, waarschijnlijk daarom werden zij niet ingezet voor Flak-dienst (zijn vermoeden). Uit zijn klas werden ongeveer 6 leerlingen, uit de hele school ongeveer 60 personen ingezet, uit de middelbare school 3 klassen, gymnasium minstens 3 klassen. Men ontmoette elkaar ’s ochtends op het station en reisde met een speciale trein. De inzet vond plaats in november 1944, op 2, 3, alsook op 6 en 7.11.44 – het was een oorlogsinzet van de HJ (zie brief), onder de jongens ook, zo werd gezegd, een zoon van Sauckel, in totaal waren het (volgens brief) ongeveer 350 uit Weimar, 1200 in totaal. Volgens zijn herinnering ging het elke dag met de trein naar Kahla, te voet via Großeutersdorf naar de Walpersberg. Vertrek was om 5 uur, 7 uur Kahla, 8 uur bouwplaats. Volgens zijn herinnering was het om 16.30 uur klaar, rond 18.45 uur was men weer in Weimar (ook bevestigd door brief). De marsafstand was ongeveer 3 tot 4 kilometer. Hij herinnert zich dat ze aarde schepten en bomen omhakten – uitrusting was ter plaatse aanwezig. Het uitgegraven materiaal werd op lorries geladen om te worden gestort. Men werkte samen met buitenlanders. De lunchpauze duurde ongeveer 1 uur. Eigenlijk was er opdracht om het bouwgereedschap mee te brengen, maar dat deden slechts op de eerste dag mogelijk enkelen, daarna was er materiaal ter plaatse (waar veel aanwezig was). Het was bijna uitsluitend handwerk (handlorries etc.). De HJ werkte op de berg, maar het is mogelijk dat enkelen zonder toestemming ook de berg betraden (toegang tot de berg was mogelijk). Speciale kleding kregen ze niet. Er waren mogelijk ook kortere pauzes. Koude maaltijden namen ze mee. Het werk werd noch streng gecontroleerd, noch was er bijzondere prestatiedruk. Aan REIMAHG-medewerkers hadden ze alleen contact met de voormannen, werkleiders etc. Hij herinnert zich dat er een laagvliegeraanval op de berg was geweest, maar vermoedelijk geen gewonden. Speciale wachtposten heeft hij niet gezien, alleen werkleiders, opzichters etc. ’s Middags was er ruim eten. Hun normale voedselbonnen behielden de Hitlerjongens (dus geen inlevering voor voeding). Het eten kwam uit de veldkeuken, mogelijk ook met lift omhoog gebracht. De voeding kregen ze samen met de ingezette arbeiders. De groepen bleven echter gescheiden. Van zijn school waren er voor zover hij weet geen gewonden/zieken. Contact met de lokale bevolking was er niet. De arbeiders ontmoetten ze boven op de berg. Hij had al eerder contact met dwangarbeiders, ook met concentratiekampgevangenen, die voor het Fritz-Sauckel-werk werkten, waar hij hulpondersteunend werk deed, maar hield afstand van hen. In zijn herinnering valt hem geen bijzondere indruk van de REIMAHG-dwangarbeiders in, ze waren volgens hem nogal vuil. Hun kleding was waarschijnlijk niet in te slechte staat, mogelijk veel uniformstukken. Het werk was meer naast elkaar dan samen, maar een Italiaan trok hem opzij, zodat hij niet door een lorrie werd geraakt. Aan anderen dan de Italianen herinnert hij zich niet. Op de berg (beneden) werkten ook Duitsers, deels uit de dorpen dienstplichtigen, ook een metselaar uit zijn geboortedorp. Verschillen in de behandeling van de dwangarbeiders en de kampen zelf nam hij niet waar. Aan speciale instructies over de omgang met de arbeiders herinnert hij zich niet, maar het was algemeen gebruik afstand te houden. Men werkte samen, haalde samen het eten bij de kannen, at echter gescheiden. Mishandelingen werden niet genoemd. Een bijzonder gedrag van de Duitse medewerkers viel hem niet op. Hij zou later waarschijnlijk nog eens worden ingezet, maar was al op weg naar huis, ondanks oproepen aan de grootmoeder. In de collectie nog een brief, die de tijdsaanduidingen weergeeft, steden en totaal aantal noemt, spreekt van goede verzorging (brief van 10.11.) daarbij enkele kopieën van HJ-materiaal (aanvraag etc., waarschijnlijk deels spaarpot-kopieën).

Bronnen en verwijzingen

  1. zeitzeugen_komplett_ocr.pdf